Concertverslagen van Piet en anderen


Jubileumwinterconcert 2019

Het is dit keer een jubileumconcert want het fenomeen salonconcert aan het Eemwijkplein bestaat 5 jaar. En dat eerste lustrum moet gevierd worden. Maar daarvoor is de salon van het Eemwijkplein te klein bevonden en wij treffen ons nu in een echt professioneel theater. Het theater Ludens, gelegen in het centrum van Voorburg. Het wordt een optreden van Demelza van der Lans en Nathalie Mees, die de zangpartijen voor hun rekening nemen, begeleid door de pianist Henk Mak van Dijk.

De toon wordt gezet met een lied van Charles Ives dat de nervositeit van het publiek verklankt dat wacht op het omhooggaan van het doek bij een operavoorstelling. En zo voelen wij ons in de zaal ook wel op dat moment.
Het programma lijkt dan zeer serieus te beginnen met liederen en aria’s uit een aantal opera’s. Het blijft echter tamelijk lichtvoetig, en ook wat melancholiek. Wij wanen ons achtereenvolgens in de Venetiaanse gondel van Offenbach’s barcarolle, onder het maanlicht van Dvořák, met in ons gezelschap een zwaarmoedige Tsjaikofskiaanse Paulina, waarbij wij omringd zijn met een bloemenweelde van Delibes, verlangend naar kennis over Mozartiaanse liefde en uiteindelijk terecht komend in een Frans/Cubaanse habanera van Bizet’s Carmen, waarin de liefde een niet te temmen vogel is.

Dat wat betreft het meest zware onderdeel van de middag. We gaan over op musicals. Die zouden ons eigenlijk vrolijk moeten stemmen, maar de keuze van de eerste aria’s blijkt te zijn gevallen op het missen van de geliefde, het smachtend verlangen daarnaar en de kloven die bestaan tussen minnaar en beminde. Daar word je niet echt vrolijk van. Dat wordt anders als de musical ‘Hair’ aan de beurt is en de sterren bezongen worden: ‘Good morning starshine’. Het brengt mij onmiddellijk in herinnering de tent in Amsterdam naast het olympisch stadion waar in 1970 de uitvoeringen van de musical plaatsvonden, en die iedereen die zich verbonden voelde met de vernieuwingen van die tijd, bij geweest moest zijn. Een groot deel van ons gezelschap zal daar, gezien de leeftijd ook wel toe behoord hebben. Hoogte-, of misschien dieptepunt was toen het geheel ontkleed op het toneel verschijnen van het toneelgezelschap. Nogal op grote afstand en in het duister meen ik mij te herinneren. Ik denk even dat Demelza en Nathalie dit ook gaan demonstreren, maar het blijft bij een eenvoudige kledingwisseling min of meer achter de coulissen.

Wel krijgen we uitleg over de psychedelische tekst waar het lied mee eindigt:
Gliddy glub gloopy, nibby nabby noopy la, la, la, lo, lo
Sabba sibby sabba, nooby abba nabba, le, le, lo, lo
Tooby ooby walla, nooby abba naba

De dansstemming die hierdoor ontstaan is wordt daarna nog benadrukt door ‘I could have danced all night’ uit ‘My fair lady’.
Daarna is het tijd voor een klein stukje nostalgisch Hollands repertoire, en dat wordt voor de ouderen een feest van herkenning en zeer gewaardeerd.

Halbeverhaal

De pauze wordt voorafgegaan door een wel heel modern kerstverhaal, waarin het regeringsbeleid ten aanzien van de uitgaven voor de kunsten het zwaar te verduren krijgt. Halbe Zijlstra wordt hierin als boosdoener aangemerkt en dat wordt door Tineke Mulder met zoveel vuur betoogd dat ik zowaar medelijden met die man kreeg. Hij kan er uiteindelijk ook niets aan doen dat hij maar een ‘Halve’ Zijlstra is. De echte ‘Zijlstra’, ooit langdurig minister van Financiën, stond ook bekend om zijn zuinigheid en had zelfs een zuinig mondje. En je kunt per slot van rekening als uitvoerend kunstenaar, als het met de inkomsten tegenvalt, of er geen baan in het vak te krijgen is, toch goed terecht komen. Kijk maar naar Mark Rutte, die toch ook een carrière als pianist heeft laten lopen voor een lucratievere baan. Dit wat betreft mijn kerstgedachten.

Pauze…

Na de pauze wordt het dan tijd om het kerstfeest in te luiden en krijgen we een zeer welluidende verklanking van de vele kerstgevoelens die bij kerstmis passen, zoals het moederschap van Maria, het kerstkind, de kerstboom etc. En ook het dromen over een witte kerstmis ontbrak niet. Maar zo’n kerstmis is nu wel heel ver weg gekomen, het is nu een echte wensdroom.
Wij mogen meezingen met ‘Stille Nacht Heilige Nacht’ en dan blijkt weer over hoeveel zangtalent het publiek beschikt. De tweestemmigheid komt in volle omvang tot zijn recht en Demelza en Nathalie worden in volume zelfs enigszins overtroefd. Dat geeft een weldadig gevoel.

Wij mogen meezingen met ‘Stille Nacht Heilige Nacht’ en dan blijkt weer over hoeveel zangtalent het publiek beschikt. De tweestemmigheid komt in volle omvang tot zijn recht en Demelza en Nathalie worden in volume zelfs enigszins overtroefd. Dat geeft een weldadig gevoel.

Stille nacht, Heilige nacht…

Demelza, die voor twee zong en Nathalie, bleken samen een perfect duo dat naast de welluidende zang ook de theatrale kant van hun optreden uitstekend aankonden.
Maar ook genoemd moet worden Henk Mak van Dijk, die de taak had de grote verscheidenheid aan nummers van begeleiding te voorzien en hele orkesten te parafraseren. Knap gedaan.

Applaus

Het werd alles bij elkaar een uitbundig jubelkerstconcert in dit jubileumjaar.


Herfstsalonconcert 2019

De herfst heeft vele gezichten, maar toont zich op deze zondag van haar mooiste kant door gouden zonnestralen diep in de huiskamer van Marcel en Elisabeth te werpen en een toverachtige, iets oosterse sfeer te creëren. En dat komt goed uit want we gaan luisteren naar een optreden van de pianist Peter Sluijs en de Indonesische Marlina Deasy Hartanto, die inderdaad ook wat Indonesisch repertoire zullen laten horen.

De naam Samudra op de uitnodiging betekent ‘oceaan’, en staat als symbool voor verbinding tussen naties, zoals ook in de muziek geen grenzen bestaan. Het wordt dus een internationaal concert.

Het begint met Noorse bruiloftsklanken van Edvard Grieg, die de indruk wekken dat Noorse bruiloften toch welluidender gevierd worden dan de Nederlandse. Ik heb begrepen dat de muziek eigenlijk is geschreven voor het 25-jarige bruiloftsfeest van Grieg zelf met zijn vrouw Nina. Daarom niet al te uitbundig en zeer toepasselijk voor ons wat oudere gezelschap.

Daarna kreeg de muziekuitvoering een zeer poëtisch karakter met getoonzette gedichten van Klopstock, Baudelaire en Shelley, alle drie schrijvers uit de romantiek.

Richard Strauß mocht het spits afbijten. Hij heeft behalve zijn beroemde ‘Vier Letzte Lieder’ nog vele liederen daarvoor geschreven. Het lied ‘Das Rosenband’, tekst van Klopstock, gaat over hoe je een vrouw in jouw ban kan krijgen door haar te omhullen met een band van rozen. Over de stekels wordt in het gedicht niet gerept.

Het tweede lied van Henri Duparc, ‘L’invitation au voyage’, is geschreven op een gedicht van Baudelaire. Echt een goede poëtennaam: ‘mooi van lucht’. Het gaat over een reis naar een oord waar de minnaar met zijn geliefde eeuwig zou willen verblijven en zelfs ‘mourir’.
De coupletten eindigen steeds met de woorden:
Là, tout n’est qu’ordre et beauté,
Luxe, calme et volupté.
Ik heb begrepen dat Baudelaire in zijn beschrijving van zijn ideale land aan Nederland gedacht heeft. En dat in een tijd dat onze van Gogh juist de zon van Frankrijk zocht.

Dan wordt het nog romantischer met het gedicht ‘Love’s philosophy’ van Shelley, op muziek gezet door de mij onbekende componist Roger Quilter. Het is een filosofische gedachte over liefde. Alles in de natuur mengt met elkaar. Fonteinen mengen met rivieren, rivieren met oceanen. etc. En als zelfs de maan de aarde kust, waarom krijg ik dan geen kus van jou?

Dan nog de opgewekte klanken van de Spanjaard de Falla. Het zijn wat meer alledaagse onderwerpen. als de betreurenswaardige ontdekking van een vlek in een stof die daardoor veel minder waard is geworden.

De volgende op het programma is Paul Seelig. Hij blijkt een Indonesische componist te zijn waarvan door oorlogsomstandigheden veel werk verloren is geraakt. Sinom heet het lied, dat hier gezongen wordt, waarvan de inhoud van de tekst mij ontgaat.

Vervolgens worden er een aantal vogels bezongen.

‘En svane’ van Edvard Grieg
Tekst van Ibsen die de zwaan als stille, zwijgzame maar statige vogel ziet die pas op het einde van zijn leven stervend zijn lied zal zingen

‘Le colibri’ van Ernest Chausson
De dichter Leconte de Lisle vergelijkt zich met een kolibri die flitsend en glimmend als een lichtstraal zich te goed doet aan nectar en daar zo dronken van wordt dat hij sterft. Hij wenst ook te sterven aan een ‘geparfumeerde’ kus van de lippen van zijn geliefde.

‘Die Nachtigall’ van Alban Berg
In de nacht zijn de rozen opengesprongen door het gezang van de nachtegaal. Zij, eens een wilde meid, loopt nu nadenkend met hoed in de hand in de zonnegloed, niet wetend wat te doen.

‘Geese and swans’ van Igor Stravinski
Nu maar eens wat humor: ganzen en zwanen bouwen een sauna, de mus hakt het hout, de kakkerlak stookt het vuur op, de kleine muis brengt water, de luis neemt een bad, gevolgd door een neet die zich uitstrekt op de bank, waarna een grijze vlo, zijn poten overmatig inspannend, de luis naar de kleedkamer brengt. Het gaat hier dus om een Russisch kinderrijm.

De pauze brengt weer als vanouds een lekker hapje. Ditmaal een keuzemenu: gazpacho en iets met koriander of een kaassoesje. Altijd lastig te moeten kiezen.

Na de pauze wordt het even echt Indonesisch met een aantal zeer korte liederen van componist Mochtar Embut op tekst van de bijna Nobelprijswinnaar Rendra. De titel van de negen korte liedjes staan onder de kop Sajak Bumi Hijau, wat ‘gedicht voor de groene aarde’ betekent. Maar het blijkt toch te gaan over het oerthema liefde.
Je kunt merken dat Marlina deze muziek na aan het hart ligt en de voordracht is zeer gevoelig.

Dan krijgen we wat tekstuele rust en wordt een deel van Beethovens zevende symfonie uitgevoerd door Peter achter de piano. Hij kan weliswaar geen groot orkest nadoen maar voor deze ruimte is een piano voldoende.

Tot slot toont Deasy waar ze echt toe in staat is namelijk om met alle energie in haar twee aria’s uit opera’s van Mozart ten gehore te brengen. De ruimte kan het geluid nauwelijks herbergen, het is immers geen operazaal, maar het klinkt formidabel.

Als tot slot de Aria van Puccini ‘Oh mio babbino cara’ ingezet wordt komt zij zo dreigend op mij af dat ik denk weggeblazen te worden. Maar zij komt smekend aan mijn voeten liggen, waardoor ik totaal in verwarring raak. Want ik blijk niet goed op de hoogte te zijn van de tekst die gaat over een dochter die haar vader smeekt toestemming te geven voor een huwelijk omdat zij anders genoodzaakt is zich in de Arno te werpen om te verdrinken. Heel anders dan als geliefde toegezongen te worden, waar ik op gehoopt had. Maar ik stel mij hier mee tevreden en beschouw dit toch als de slotapotheose van het concert.


Zomersalonconcert 2019

Voor het zomerconcert zien wij een zangeres en een gitarist verschijnen, die niet de gebruikelijke klassieke muziek ten gehore zullen brengen, maar een lichtere toon zullen aanslaan, veel beter passend bij de wat luchthartige sfeer in deze zomertijd.

Sylvie Klein heeft een welluidende en enigszins kwinkelerende stem die wonderwel past bij de sfeer van de afgelopen zomerse dagen. Zij begeleidt zichzelf op de piano en wordt daarbij aangevuld met gitaarmuziek van een soul/jazzachtig karakter gespeeld door Linus Eppinger.

We beginnen met “One not samba”, een lied dat blijkbaar de bedoeling heeft het nogal zuinig aan te doen met de beschikbare noten.

Hierna volgen een gevoelige ballade en een lied dat ook wat samba-achtig is en dat gebaseerd is op het nummer “butterfly” van de jazzmusicus Herbie Hancock. De zomerse stemming stijgt bij ons met zinnen als: “Stay a while, you’re the sun in my sky, butterfly”.

We krijgen vervolgens een lied door de zangeres zelfgeschreven, “in Seclusion” met een tekst die gaat over wat “seclusion” met je kan doen. Het is niet alleen ellende maar het biedt zeker ook ruimte voor bijzondere gedachten; ‘In seclusion there is room’.

Dan volgt een filosofisch nummer, ook zelfgeschreven, geïnspireerd op een tekst op een Berlijnse muur. Niet de koude oorlogsmuur, maar een muur die veel ellende doorstaan heeft maar overeind is gebleven en nu daarom de tekst “How long is now” mag dragen. Een zin die tot nadenken stemt. Bij Sylvie gaat het om een diepe verzuchting over hoe lang het kan duren voor je alle woorden gevonden hebt, die in hersens kunnen rondspoken.

Daarvoor klonk nog een nummer met woorden als “summerdays, careless days” dat een verzuchting schijnt te zijn van iemand die midden in de winter achter een computer zit die ‘crashed’. In het lied raakt die persoon bijna overspannen maar denkt aan zonnige, zomerse dagen en weet daarmee nog net een “burn out” te voorkomen.

Langzamerhand zie ik de mensen om mij heen zachtjes meedeinen op de muziek.  Er worden blijkbaar gevoelige snaren geraakt.

Maar wij zijn nu wel toe aan een pauze waarin wij een kaasblokje met een uitje er bovenop te verorberen krijgen.

Na de pauze worden de gevoelige snaren weer geraakt met het nummer “cry me a river”. Was het maar zo eenvoudig een waterstortvloed te creëren. Ons land heeft het hard nodig.

Maar dat Sylvie goed kan pianospelen blijkt nu ook en met Linus Eppinger erbij op de gitaar wordt het bijna een quatre main. Het is voor de gitarist als man toch wel zo dat hij enigszins op de achtergrond blijft als Sylvie zingt. Vrouwen hebben dan toch een voorsprong al heeft Linus een prachtig kostuum aan met fraaie stropdas.

Ik vind het jammer dat er weinig voor piano en gitaar samen geschreven is in de muziekliteratuur. Ongemerkt gaan de gitaarakkoorden over in die van de piano en de samenklank is zeer welluidend. Beide instrumenten zijn snaarinstrumenten en de samenklank gaat soms zo ver dat het klinkt als één instrument.

Wij krijgen nog iets klassieks van ik dacht Scarlatti. De tekst is geloof ik nogal somber, maar het is in het Italiaans en dan krijgt toch de levenslustige boventoon de overhand en met de heldere welluidende stem van Sylvie klinkt het toch niet al te melancholisch.

Maar er heeft nog niet genoeg water gestroomd want de zangeres werpt de vraag op “How deep is the ocean?” Altijd veel dieper dan je denkt en in dit lied wordt deze vraag geplaatst naast andere vragen over de hoogte van de hemel, de reis naar een ster en natuurlijk de mate van de liefde voor jou. Die is niet in eenheden uit te drukken en wint het dus in omvang van alles.

We komen nog meer in zomerse stemming als Sylvie op de Portugese tour gaat. Zij brengt een lied ten gehore op tekst van Fernando Pessoa, de grote Portugese dichter. Het gaat over de wonderlijke gevoelens die kunnen ontstaan bij het zien van zeepbellen. Bij uitstek iets zomers, maar de huidige generatie heeft hier niet veel benul meer van.

Maar we zijn nog niet klaar. Er komt een toegift. En dat wordt niet een lied met één noot, maar een lied met (bijna) maar één woord dat klinkt als ‘tadadie’ en soms ‘tadadon’. Met deze uitsmijter in ons hoofd kunnen we blij huppelend de salon verlaten om ons over te geven aan verdere zomerse geneugten. Maar volgende week zal de klad er wel inkomen want er wordt niet wam, ook niet zeer warm maar verzengend warm weer voorspeld. Wij zullen toch niet ‘crashen’ of ons een ‘burn out’ op de hals halen?  


Lentesalonconcert 2019

Het lenteconcert was inderdaad geheel in lentesfeer met muziek die daarbij hoort. Elizabeth had gekozen voor een combinatie van spinet met blokfluit. Heel idyllisch dus. Het publiek had dit waarschijnlijk al voorvoeld en bestond voornamelijk uit dames met hier en daar een verdwaalde man. Als compensatie waren de componisten van de muziek die ten gehore gebracht werd wel allen mannen.

Veronica

Het begon met de blokfluit, waarin talloze vogelgeluiden te herkennen vielen. De muziek was van Bassono, een tijdgenoot van Bach. Na het solo-optreden zette de Japanse Mariko Goto zich achter het spinet en werd het een duo-optreden. Zij paste wonderwel bij het formaat van dit instrument en was er ‘geknipt’ voor.  Wij gingen genieten van muziek van de componisten Frescobaldi en Cima die eveneens componeerden in de tijd van Bach. Het was rustige barokmuziek, waarbij weggedoezeld kon worden.

Ik dacht al een zeer rustige muziekmiddag te gaan beleven toen de volgende compositie aangekondigd werd. Muziek van Karlheinz Stockhausen, zeer modern dus. Tineke legt ons uit dat het idee van Stockhausen was dat de uitvoerende kunstenaar niet alleen zijn instrument moest bespelen, maar hij gaf ook uitgebreide choreografische aanwijzingen die mede moeten worden uitgevoerd om richting en kracht te geven aan het instrument. En Veronica maakte er wat van. Ik kreeg na een tijdje het gevoel dat zij slangen aan het bezweren was die van alle kanten agressief op haar afkwamen. Of het allemaal mooi was weet ik niet meer precies, maar neem mij voor toch eens iets van Stockhausen te gaan beluisteren.

De traktatie tijdens de pauze bestond dit keer uit een lieflijk zeilbootje, bestaande uit een half ei met geraffineerde vulling en een krokant zeil daar bovenop. Echt zonde om op te eten.

De voordracht door Tineke was dit keer een voorlezing van gedichten van Constantijn Huygens. Hij kon in de 17e eeuw ook al het verschil in gevoelens duiden bij het niet naar bed willen gaan wegens angst voor duistere dromen en het niet op willen staan omdat de geborgenheid van een warm bed verlaten moet worden.

Na de pauze krijgen we twee heldere en duidelijke componisten: Händel en Bach die ieder op hun eigen wijze, maar zeer herkenbare, sonates voor de combinatie klavecimbel (spinet) en fluit geschreven hebben. Van Veronica krijgen we vervolgens uitleg over het muziekinstrument de fluit, o.a. hoe je hem zelf kunt maken.

De middag wordt besloten met ‘Ende’, gecomponeerd door Louis Andriessen. Het is weer een solostuk voor de fluit. Veronica blaast nu op twee fluiten tegelijk wat een licht komische indruk maakt. Er zit een hoop ‘retteketet’ in het nummer en is echt een uitsmijter.

Verlicht en misschien wel herboren gaan wij Pasen tegemoet. Dat kan niet anders dan een zonnig Pasen worden.


Wintersalonconcert 2018

De kleine versnapering aan het begin van de middag deed ons nog aan de pas vertrokken H. Nicolaas denken. Het was een aardappeltje van marsepein, waar onze harten vol van verwachting van gingen kloppen. En we werden beloond want de engel Gabriël zelf leek uit de hemel neer te dalen toen zangeres Esther in haar rood geplisseerde baldakijnjurk naar voren trad. Zij werd vergezeld door Rik, de pianist, en zouden voor ons de blijde klank van Kerstmis gaan verklanken.

Ons was al verteld dat het een warm programma was van warme muziek en het begon dan ook zeer warm met de wat donkere klanken van Händel en Brahms. Pianomuziek van Debussy was een mooie aanvulling om ons in romantische sferen te brengen. Daarna mocht Esther zich geheel uitleven in de rol van Donna Anna en Koningin van de Nacht uit opera’s van Mozart. Opvallend was dat Esther haar engelachtige verschijning geheel bleef handhaven zelfs als vervaarlijke Nachtkoningin. Wel liepen de koude rillingen mij over de rug en had ik toch heel even het idee met een boze fee van doen te hebben.

Maar wat was ik bevoorrecht deze klankweelde in een kleine ruimte te mogen ondergaan. In een grote zaal moet je het geluid met honderden delen, hier kreeg ik een veel grotere portie van de zangtaart. Het was bijna of het voor mij persoonlijk gezongen werd.

Ik heb begrepen dat Esther een coloratuursopraan is. Wat dat inhoudt weet ik niet precies, maar ik denk dat gewone sopranen in zwart-wit zingen, zoals de pianist alleen met zwarte en witte toetsen en dat zij alle kleurrregisters opentrekt, meer zoals bij een orgel.

Na de pauze met een wijntje en een luchtig koekje kwamen de warme klanken volledig terug in de muziek van Massenet, Puccini en Strauß. De pianist Rik zorgde voor vloeiende en virtuoze overgangen tussen de aria’s, maar bleef toch wat op de achtergrond. Dat heb je nu eenmaal als je achter de vleugel zit en een engel voor je staat.

De kerstliederen tot slot brachten ons helemaal in de kerstsfeer en wij overtroffen in het ‘Stille Nacht’ zelfs de zangeres door tweestemmig mee te zingen, wat zij uiteraard niet kon. Na afloop zal zij haar plaats in de hemel wel weer gevonden hebben.

applaus

Herfstsalonconcert 2018

Verslag van Piet vanuit de salon:

Het was wel even schrikken bij binnenkomst in de woonkamer van Marcel en Elisabeth. Het verwende publiek gewend aan optredens van toch meestal zangers, zangeressen met pianobegeleiding zag nu twee lege stoelen staan en nog meer stoelen in een krans eromheen gegroepeerd. Als dat maar goed kwam.

Het kwam natuurlijk goed want twee lieftallige dames traden naar voren en behalve het geluid van hun cello’s was ook hun toelichtende stemgeluid orenstrelend en soms zelfs betoverend op deze warme nazomerdag.

Het repertoire dat ze ten gehore brachten was veelzijdig en virtuoos en we kregen alle facetten van het cellospel te horen. De snelle acrobatische dubbelgrepen en appergio’s van  Barrière, Popper, Jacchini, Glière en de statige sarabandes van Bach wisselden elkaar af. Het is te begrijpen dat wij nu toe waren aan een pauze, die wij dan ook kregen met wijn en zoals altijd een culinaire verrassing. Daarna volgden Boccherini, Gabrielli en de moderne Lipstein. Deze Lipstein had nog veel meer onderdelen van het instrument ontdekt om te laten weerklinken, bijvoorbeeld het geluid van de snaren voorbij de kam en het gebruik van de cello als trommel en gitaar. Heel opwindend allemaal en uitbundig verklankt.

Het lichtere repertoire kwam ook aan bod zodat wij met ‘greensleeves’, ‘de zwaan’, een tango van Cardel  en ‘Yesterday’ de eindstreep bereikten. Met ‘Yesterday’ mochten we zachtjes mee neuriën en werden daar heel nostalgisch van.

In de loop van het concert ging ik de dames, waarvan ik bijna dacht met een eeneiige tweeling te maken te hebben, steeds meer waarderen. De razendsnelle arpeggio’s werden met een ondeugende glimlach ten gehore gebracht. De moeilijkheidsgraad deed er blijkbaar niet toe, alsof er engelen aan het werk waren. Naast de gebroeders Jussen voor de piano hebben we nu dus ook twee engelen voor de cello.

Ter afwisseling, maar toch in de sfeer blijvend, werden door Tineke een aantal gedichten over cello’s gedeclameerd, waarvan ik onthouden heb dat het oergeluid van de schepping het cellogeluid geweest moet zijn, dat weerklonk in de tijd dat het woord van ‘In het begin was het woord’ nog niet uitgesproken was (Campert). Ik kijk al reikhalzend uit naar het volgende concert.


Zomersalonconcert 2018

Het was een zomerconcert met een mooi en veelzijdig repertoire. De presentatie werd met veel flair en enthousiasme gedaan door Oukje den Hollander. Zij vertolkte prachtige liederen en gedichten die op muziek zijn gezet. Door de goede articulatie en haar prachtige stem was het een genot om te luisteren.
Een mooie pianobegeleiding door Vera Marijt maakte het tot een bijzonder concert. Een goede muzikale combinatie waar het enthousiasme vanaf straalde.
In de pauze konden we genieten van heerlijke zomerse hapjes.
Kortom…een concert wat ik zeker niet had willen missen en naar ik hoorde.. velen met mij.
Het was een prachtige zomerdag: binnen en buiten.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is Zomerconcert-486x1024.jpg